Houtsnip

Houtsnip | Scolopax rusticola | Snipachtige

De houtsnip (Scolopax rusticola) is een vogel uit de familie van snipachtigen (Scolopacidae).

De houtsnip is een trekvogel (Maart tot November)

Foto’s Februari 2021 Vlaardingen

 

Kenmerken

De houtsnip is een grondvogel. Het verenkleed is aan de bovenzijde roestbruin en zwartgevlekt, terwijl de onderzijde lichtbruin is met dwarsbandjes. De houtsnip heeft een ronde kop met ver naar achteren staande ogen, het gezichtsveld is daardoor 360°. Dit is van nut om gevaar zo snel mogelijk op te kunnen merken. Voor een steltloper heeft hij korte poten. De snavel is lang en recht.

Leefwijze

Deze 33 tot 38 cm lange vogel is in Nederland en België de grootste snipachtige. Hij leeft een stil leven en is erg schuw. Tot op het laatste moment blijft hij zitten, om dan opeens vlak voor de voeten op te schieten en met veel vleugellawaai weg te vliegen. De houtsnip laat zich niet vaak zien of horen, alleen tijdens het broedseizoen komt hij wat vaker tevoorschijn, ook tijdens de schemering en 's nachts. Het voedsel bestaat uit wormen, rupsen, sprinkhanen en andere insecten.

Houtsnippen vliegen laag, en schijnen afstanden niet goed te kunnen inschatten, waardoor ze vaak tegen een raam aanvliegen. Soms overleven ze deze botsing na een tijdje versuft te zijn geweest.

Verspreiding en leefgebied

In Nederland en België zijn houtsnippen het gehele jaar aan te treffen. De broedvogels worden in de winter aangevuld met heel wat soortgenoten die uit Noordoost-Europa komen. In Zuid-Europa zijn ze alleen 's winters aanwezig, terwijl de vogel in Noordoost-Europa alleen in het broedseizoen voorkomt. De houtsnip leeft vooral in naald- en loofbossen. Vanwege de nachtelijke leefwijze is inventariseren van aanwezige aantallen niet eenvoudig, het aantal baltsende mannetjes kan bovendien een veelvoud zijn van de hoeveelheid broedende vrouwtjes. Aangenomen wordt dat in 2015 in Nederland zo'n 2500 broedparen aanwezig waren. Het aantal doortrekkers bedroeg dat jaar maximaal 10.000 exemplaren.

Voortplanting

Om te nestelen zoekt de vogel een bos ter grootte van tenminste enkele tientallen hectare. Belangrijk is dat er een dikke humuslaag is en dat er open plekken zijn met een vochtige bodem. Vooral grotere landgoedbossen voldoen. Een onderbegroeïng met smele-grassen is niet gunstig omdat dit het foerageren van de steltloper belemmert. Het nest bestaat uit een simpel kuiltje op de bodem met liefst veel ondergroei, bekleed met wat mos. Het ligt meestal tegen een struik of boomstam. Het legsel bestaat uit vier roomkleurige eieren met bruine vlekjes, die door het wijfje in 23 dagen worden uitgebroed. De belangrijkste broedtijd is maart-april, maar tot eind juli kunnen er nog nesten worden gevonden. De kuikens van de houtsnip zijn nestvlieders. Ze zijn na ongeveer dertig dagen vliegvlug, maar worden nog enkele weken verzorgd.

'?php if (function_exists ('gtm4wp_the_gtm_tag')) {gtm4wp_the_gtm_tag (); }? '