Hazelworm | Pootloze hagedis | Anguis fragilis | Reptielen in Nederland

De hazelworm (Anguis fragilis) is een pootloze hagedis uit de familie hazelwormen (Anguidae).

De hazelworm heeft een grote verspreiding binnen Europa en is daar een van de meest voorkomende reptielen. Ook in België en Nederland komt deze hagedis voor. De hazelworm is een bodembewoner die een verborgen leven leidt tussen de bladeren en takken in de strooisellaag. Hij eet kleine ongewervelden, voornamelijk regenwormen en naaktslakken.

Foto’s Nikon P1000 29-04-2019 Vaassen

Beschrijving

Hoe herken je een hazelworm:

Een hazelworm is over het algemeen bruin van kleur en kan ongeveer 45 centimeter lang worden. Jonge hazelwormen zijn lichter van kleur en hebben donkere lengtestrepen, oudere exemplaren zijn soms gevlekt. Net als andere soorten uit de familie hazelwormen lijkt een hazelworm meer op een slang dan op een hagedis. Het lichaam draagt geen poten en is langwerpig en cilindrisch van vorm. Door de gewoonte vaak de tong uit te steken wordt de gelijkenis met een slang nog eens versterkt. Belangrijke verschillen tussen een hazelworm en een slang zijn de relatief stijve voortbeweging, de tong die niet sterk gevorkt is, en de beweegbare oogleden van de hazelworm. Net als andere Europese hagedissen is de hazelworm volkomen ongevaarlijk en bovendien erg schuw: bij verstoring vlucht het dier snel weg.

De hazelworm is eierlevendbarend, de jongen komen in een dun vliesje ter wereld maar gaan direct hun eigen weg. De hagedis kan in vergelijking met andere reptielen erg oud worden maar heeft ook veel vijanden. Dieren die op de hazelworm jagen zijn onder andere vogelszoogdieren en andere reptielen.

Uiterlijke kenmerken 

De hazelworm moet zijn bek openen om de tong uit te steken

Mannetjes hebben blauwe vlekjes op de rug

De hazelworm wordt ongeveer 35 tot 45 centimeter lang; soms wordt een lengte van 50 cm bereikt. Meer dan de helft tot twee derde van het lichaam bestaat uit de relatief lange staart. De grens tussen het lichaam en de staart is aan de bovenzijde moeilijk te zien maar is aan de onderzijde juist makkelijk te bepalen aan de hand van de positie van de cloacale opening. De staartpunt van de hazelworm is opvallend stomp.

De hazelworm heeft een glanzend lichaam, door de relatief kleine schubben. Vooral de juvenielen glanzen sterk; de volwassen dieren doen enigszins metaal-achtig aan. Onder de schubben zijn kleine beenplaatjes of osteodermen aanwezig die ter bescherming dienen en de hagedis een enigszins stijf voorkomen geven.

Anders dan bij veel hagedissen is de kop nauwelijks te onderscheiden van het lichaam. De ogen zijn relatief klein, maar vallen duidelijk op doordat ze een geelrode tot dieprode kleur hebben; de bek is duidelijk hagedisachtig. De hazelworm gebruikt de tong om geuren op te pikken die vervolgens worden uitgelezen door het orgaan van Jacobson, een vomeronasaal orgaan in het gehemelte van de bek. Dit zogenaamde tongelen doet denken aan slangen, maar er zijn ook veel hagedissen die op een dergelijke manier de lucht ‘proeven’. De hazelworm heeft in tegenstelling tot slangen geen opening aan de voorzijde van de bek en moet telkens als de tong wordt uitgestoken de bek een stukje openen. De tong is niet zo sterk gevorkt als bij slangen maar heeft een verbreed uiteinde dat voorzien is van een duidelijke inkeping.

De hazelworm heeft relatief grote en lange tanden die echter moeilijk te zien zijn bij een levend exemplaar. Het gebit is gericht op het eten van slakken en wormen; zie ook in de paragraaf over voedsel. Een bijzonderheid is de aanwezigheid van een externe gehooropening bij hazelwormen in het oostelijke deel van het verspreidingsgebied die bij exemplaren in het westen ontbreekt.

De hazelworm heeft meestal een bruine kleur die vergelijkbaar is met de schil van de hazelnoot; de buikzijde is bij volwassen exemplaren lichter. De bovenzijde is bruin tot grijs met op de rug meestal enkele dunne donkere strepen van de nek tot de staart, meestal duidelijker zichtbaar bij de vrouwtjes, en soms bestaand uit rijen zeer kleine vlekjes. De flanken zijn bij de vrouwtjes vaak donkerder. Binnen het enorme verspreidingsgebied zijn de kleuren variabel; sommige exemplaren zijn roestbruin, geel of zelfs zwart. In de paartijd krijgen vooral de mannetjes blauwe vlekken op de rug maar ook bij vrouwtjes kan dit voorkomen. Het belangrijkste verschil tussen mannetjes en vrouwtjes zijn de donkere flankstrepen van de vrouwtjes, die bij mannetjes ontbreken. Daarnaast hebben de mannetjes een bredere en grotere kop. Mannetjes zijn ook variabeler van kleur en kunnen roodbruin, koperbruin of grijs zijn.

De juvenielen hebben een afwijkende kleur, maar zijn verder miniatuurversies van de volwassen dieren. Ze zijn ongeveer 7 tot 10 centimeter lang en doen denken aan een regenworm. Na twee jaar zijn ze meer dan 20 centimeter lang. Juveniele dieren zijn helder geelbruin tot zilverachtig gekleurd en hebben een donkere vlek achter de kop die in een donkere dorsale streep doorloopt tot de staartpunt. De flanken van jonge exemplaren zijn zeer donkerbruin, de buik is zwart. Na enkele jaren krijgen ze dezelfde kleuren als de volwassen dieren, waarbij de zwarte buik steeds lichter wordt en de goudgele rug donkerder.

Bron Wikipedia

Beoordelingen

Er zijn nog geen beoordelingen.

Enkel ingelogde klanten die dit product gekocht hebben, kunnen een beoordeling schrijven.

'?php if (function_exists ('gtm4wp_the_gtm_tag')) {gtm4wp_the_gtm_tag (); }? '