Verspreiding Bosparelmoervlinder

De Bosparelmoervlinder komt voor in heel Europa. Het is een gewone vlinder, in Scandinavie , Duitsland en Engeland is deze soort echter sterk achteruitgegaan en wordt daar nu beschouwd als een van de zeldzaamste en meest bedreigde vlindersoorten. Ook in Nederland is de bosparelmoervlinder zeldzaam en sterk achteruitgegaan: werd de soort tot en met 1980 in 151 uurhokken aangetroffen, in de periode 1980-1986 was dat nog in slechts 16 uurhokken (in Drenthe en op de Veluwe). De bosparelmoervlinder staat als bedreigd op de Nederlandse rode lijst.

Levenswijze 

De bosparelmoervlinder legt in de zomer eieren in clusters van 60-100. Als waardplanten worden genoemd hengel (Melampyrum pratense), smalle weegbree (Plantago lanceolata) en gewone ereprijs (Veronica chamaedrys). In Nederland wordt – voor zover bekend – alleen de hengel als waardplant gebruikt. De eieren komen uit in juli en augustus. De rupsen overwinteren als halfvolgroeide rups en verpoppen in de lente. De vlinder vliegt van eind mei tot begin augustus.

Kenmerken bosparelmoervlinder

De voorvleugellengte bedraagt 16-21 mm. De bovenkant van de vleugels is zeer contrastrijk getekend met veel oranjebruin. De zwarte lijnen maken een enigszins ongeordende indruk. De onderkant van de achtervleugel is veelkleurig. Op de onderkant van de voorvleugel zijn de maanvlekken verschillend van grootte: de tweede en derde zijn het grootst en aan de binnenkant met een zwarte rand afgegrensd; deze rand is bij de tweede maanvlek verdikt.

Kenmerken rups bosparelmoervlinder

Tot 25 mm; lichaam zwart met grijsachtig witte stippen; doorns oranje-geel met witte uiteinden; buikpoten grijsachtig wit; kop zwart met witte tekening.

Biotoop 

Waar de bosparelmoervlinder wordt aangetroffen is in drie habitats te weten:

  • Gekapt bos (waar de hengel de enige waardplant is),
  • verwaarloosd grasland met smalle weegbree en gewone ereprijs en
  • beschutte heide met hengel.

Deze habitats zijn tijdelijk, in die zin dat ze na enige tijd dichtgroeien tot bos. Vijf tot zes jaar na het kappen van een bos is de plek niet meer geschikt voor de bosparelmoervlinder. De afname van de soort is te verklaren door een afname van geschikte biotopen en doordat de soort geen grote afstanden aflegt.

Meer vlinders Klik hier